co Portret van een jongeman
J.M. Coetzee
Boeken
BIBLIOGRAFIE

Boeken
VERSCHENEN BIJ COSSEE
Portret van een jongeman

Portret van een jongeman

J.M. Coetzee

ISBN: 9789059360020
Bindwijze: Gebonden
Datum: 21-01-2008
Omvang: 208
Prijs: €19.99,-

Hij wil een groot dichter worden met een wild liefdesleven - maar daarvoor moet hij eerst weg uit Zuid-Afrika. Eenmaal in Londen moet hij voor elke verovering van een vrouw alle moed bij elkaar schrapen. Maar bij alles wat hij doet, duikt de vraag op: wat kan hij eigenlijk? En wat wil hij?

Hij moet weg van dat eindeloze platteland, weg uit dat betoverend mooie landschap, weg uit Zuid-Afrika. Daar kan hij nooit een dichter zijn, en al helemaal geen groot dichter als T.S. Eliot. Want dat wil hij worden, een groot dichter met een wild liefdesleven, hij wil gedichten schrijven waarvan de schoonheid met stomheid slaat, gedichten die iets uitdrukken wat hij in de Zuid-Afrikaanse bewegingloosheid niet kan uitdrukken - maar wat eigenlijk? Hij moet weg, naar Londen, daar wordt verfijnder gesproken, daar zal hij zijn weg vinden naar de vrouwen en de grote poëzie.

Het Londen van de vroege jaren zestig, waar hij naartoe gaat, is nog geen Swinging London, maar een onoverzichtelijke en vijandige mierenhoop. Hij schopt het daar ten slotte tot programmeur. Maar zo leidt hij niet het grootse en meeslepende leven van een dichter. Hij heeft niet eens een vriend. Hij heeft een muze nodig! Hij raapt al zijn moed bijeen en leert vrouwen kennen die hem na een paar moeizame nachten eigenlijk alleen maar van de poëzie afhouden, vooral van liefdesgedichten!

Het is een vaak onbarmhartig (zelf)portret dat J.M. Coetzee schetst van een jongeman die zich in het leven amper overeind weet te houden.



Fragment


Hij woont op een eenkamerflat bij het station van Mowbray, waarvoor hij elf pond per maand betaalt. Op de laatste werkdag van elke maand neemt hij de trein naar de stad, naar de Loopstraat, waar A. & B. Levy, makelaars in onroerend goed, hun koperen plaat en minuscule kantoortje hebben. Aan Mr B. Levy, de jongste van de gebroeders Levy, overhandigt hij de envelop met de huur. Mr Levy stort het geld op zijn overladen bureau en telt het na. Grommend en zwetend schrijft hij een reçu. 'Voilà, jongeman!' zegt hij dan, en hij overhandigt het met een zwierig gebaar.

Hij zorgt er wel voor dat hij nooit te laat is met de huur omdat hij de flat onder valse voorwendsels bewoont. Toen hij het huurcontract tekende en de borg aan A. & B. Levy betaalde, gaf hij als beroep niet 'student' op maar 'hulpbibliothecaris', met de universiteitsbibliotheek als werkadres.

Het is geen leugen, niet helemaal. Hij is aangesteld om van maandag tot vrijdag in de avonduren de leeszaal te bemannen. Het is werk dat het gewone bibliotheekpersoneel, voor het merendeel vrouwen, liever niet doet, omdat de op de bergflank gelegen campus 's avonds te naargeestig en eenzaam is. Zelfs hij voelt een rilling over zijn rug lopen als hij de achterdeur opent en zich op de tast door een pikdonkere gang naar de hoofdschakelaar begeeft. Voor iemand die kwaad in de zin heeft is het een koud kunstje om zich als het personeel om vijf uur naar huis gaat tussen de boekenrekken te verstoppen, alle lege kantoren te plunderen en in het donker te blijven wachten tot hij hem, de avondassistent, van zijn sleutels kan beroven.

Slechts een enkele student profiteert van de avondopening; slechts een enkeling heeft er zelfs maar weet van. Hij heeft niet veel te doen. De tien shilling per uur die hij krijgt is gemakkelijk verdiend.

Soms stelt hij zich voor dat een mooi meisje in een witte jurk de leeszaal binnen komt lopen en na sluitingstijd afwezig blijft hangen; hij stelt zich voor dat hij haar de geheimen toont van de binderij en de catalogiseerkamer, en daarna de sterrennacht met haar betreedt. Het gebeurt nooit.

In de bibliotheek werken is niet zijn enige baantje. Op woensdagmiddag is hij studiebegeleider voor eerstejaars van de vakgroep wiskunde (drie pond per week); vrijdags loodst hij de kandidaatsstudenten drama door een selectie blijspelen van Shakespeare (twee pond tien); en in de late middaguren stoomt hij in dienst van een bijlesinstituut in Rondebosch uilskuikens klaar voor hun toelatingsexamen voor de universiteit (drie shilling per uur). In de vakanties distilleert hij in opdracht van de gemeente (bureau Huisvesting) statistische gegevens uit bevolkingsonderzoeken. Al met al, als hij zijn verdiensten bij elkaar optelt, zit hij er warmpjes bij - warmpjes genoeg om zijn huur en collegegeld te kunnen betalen en lichaam en ziel bijeen te houden en zelfs een beetje te sparen. Hij mag dan pas negentien zijn, hij staat op eigen benen, is van niemand afhankelijk.

De behoeften des lichaams benadert hij als een zaak van eenvoudig gezond verstand. Elke zondag kookt hij een grote pan soep van mergpijpen en bonen en selderij, waarmee hij de hele week toe kan. Vrijdags gaat hij naar de markt in Zoutrivier voor een doos appels of guaves of waar het op dat moment het seizoen voor is. Elke morgen zet de melkboer een halve liter melk op zijn stoep. Als hij melk te veel heeft hangt hij het in een oude nylonkous boven de gootsteen om er kaas van te maken. Voor de rest koopt hij brood in de winkel op de hoek. Het is een dieet dat de goedkeuring van Rousseau zou wegdragen, of van Plato. Wat kleren betreft, hij heeft een net jasje en een nette broek voor naar college. Verder draagt hij oude kleren af.


Download het fragment als PDF

Quotes


'Coetzees portret van deze bloedserieuze, licht contactgestoorde, navelstaarderige jongeman met zijn allesverzengende schrijversambities werkt aanvankelijk vooral op de lachspieren. Johns malle denkbeelden over de vrouw als muze (een voorwaarde èn een gevaar voor het ware kunstenaarschap!), zijn eindeloze innerlijke monologen over literatuur, zijn blinde verering van Ezra Pound, en zijn gedichten over Portugese rivierkreeftvissers, bieden tal van komische momenten. Maar allengs wordt Portret van een jongeman beklemmender. Waar in andere Bildungsromans doorgaans een zekere vooruitgang te bespeuren valt, moeten we hier toezien hoe John zich langzaam maar zeker in een hoek schildert waar hij niet meer uitkomt: 'Ellende is zijn element. In ellende voelt hij zich als een vis in het water. Als ellende zou worden afgeschaft, zou hij niet weten wat hij met zichzelf aan moest.' - Corine Vloet in NRC Handelsblad

'Het allerbelangrijkste van dit Portret is het verband dat Coetzee al vroeg in zijn leven bepalend vindt voor alle kunst: de mate waarin zij door de liefde is geïnspireerd. Van het begin af aan is de betrekking tussen kunst en liefde voor hem essentieel. En hij heeft gelijk: wat met liefde wordt geschapen, zal ten eeuwigen dage bloeien, maar wat zonder liefde wordt gemaakt, is voor altijd gedoemd. Zo eenvoudig is het' - Willem Kuiper in de Volkskrant

'Ik was juist in die jaren een paar maal in Zuid-Afrika en ervoer het effect van de roman op de gemeenschap waarin hij speelt. In de discussies met blanke Afrikaners bleek hoezeer ze worstelden met de aanpassing aan de veranderde omstandigheden. Hoe ze worstelden met schuld en verantwoordelijkheid. Hoe ze zich voortdurend rechtvaardigden. Hoe ze het onrecht dat hen werd aangedaan weigerden af te zetten tegen het onrecht dat ze zelf anderen aandeden. Ik probeerde erachter te komen hoe Coetzee het doet, wat er gebeurt, waar het gebeurt. Pathos en effectbejag zijn hem vreemd. Hij haalt de lezer binnen, stukje bij beetje als een goede visser. Hij is een slimme vos, hij laat zich niet betrappen. Hij ontsnapt. Hij is de Houdini van de literatuur.' - Nelleke Noordervliet over Portret van een jongeman tijdens het Coetzee-festival