Vertaald door: Peter Bergsma
Gebonden | 208 blz. | € 22,95
ISBN 978 90 5936 155 3

Koop of bestel het boek bij
uw plaatselijke boekhandel
of bestel via
onze webshop

 
- Titelpagina
- Leesfragment
- Recensies
 

Wat is een klassieke roman? (2007)

Marcellus Emants, Een nagelaten bekentenis

Het Nederland van halverwege de negentiende eeuw behoorde tot de culturele achterhoede van Europa. De vloedgolf van de romantische beweging had nauwelijks een rimpeling in zijn zelfgenoegzame materialisme weten te brengen. Het land had maar één literair werk van formaat voortgebracht, de roman Max Havelaar (1860) van Eduard Douwes Dekker, een aanklacht tegen de misstanden in het koloniale Nederlands-Indië.

In het laatste kwart van de eeuw, echter, begonnen de nieuwe golven van het impressionisme, wagnerisme en naturalisme de Nederlandse kust te overspoelen en tegen 1880 was een volledig literair ontwaken, de beweging van de Tachtigers, op til. Een van de profetische voorlopers die de jongemannen van de beweging voor zichzelf opeisten, was de schrijver Marcellus Emants. Het was een rol die Emants afwees, zoals hij elke verwantschap met een groep of school zou afwijzen.

De in 1848 uit een Haagse patriciërsfamilie geboren Emants was voorbestemd voor een carrière in het recht. Maar hij verachtte de vreugdeloze drankzucht en promiscuïteit van het Leidse studentenleven en gaf zijn studie op zodra zijn vader overleed. Daarna leefde hij als een financieel onafhankelijk schrijver en maakte buitenlandse reizen om de Hollandse winters te vermijden. Hij trad drie keer in het huwelijk, waarvan het laatste uitzonderlijk ongelukkig was. Na de Eerste Wereldoorlog verhuisde hij uit vrees voor de socialistische regering en de hoge belastingen naar Zwitserland, waar hij stierf in 1923.

Hoewel Emants zichzelf in de allereerste plaats als toneelschrijver beschouwde, zijn het zijn romans en verhalen die zijn naam hebben doen voortleven, in het bijzonder Een nagelaten bekentenis (1894), Inwijding (1900), Waan (1905), Liefdesleven (1916) en Mensen (1920). De belangrijkste onderwerpen daarvan zijn liefde en huwelijk: bedrieglijke liefde, ongelukkige huwelijken. Emants behoort tot een tak van Europese romanschrijvers die, door de intieme dissonanten van het moderne huwelijk te ontleden, tegelijkertijd de onvrede van de moderne westerse beschaving hebben verkend: Flaubert, Tolstoj, F.M. Ford, Lawrence.

In de literaire handboeken wordt Emants gewoonlijk onder de naturalisten geschaard. Hij lijkt daar thuis te horen omdat hij (net als de gebroeders Goncourt) geïnteresseerd was in het verborgen seksuele leven van de bourgeoisie en omdat hij (net als Zola) de taal van nieuwe wetenschappen als de erfelijkheidsleer en de psychopathologie gebruikte om menselijke beweegredenen te verklaren.

Maar hoewel Emants werd beïnvloed door de belangrijkste denkers van het naturalisme – Taine, Spencer, Charcot – verschilt hij in belangrijke opzichten van de naturalisten. Zijn pessimisme staat ver af van Zola’s geloof in het vermogen van de romanschrijver om de mens naar een betere toekomst te leiden. Evenmin vinden we bij Emants veel van de nauwgezette en systematische milieubeschrijvingen die kenmerkend zijn voor het naturalisme. Zijn belangstelling gold psychologische processen, zijn stijl is eerder analytisch dan beschrijvend. Waar de toegewijde naturalist een corpus van gegevens verzamelde om zijn roman expérimental op te baseren, kwam Emants op de traditionele manier aan zijn materiaal, via toeval, herinnering en introspectie. Zijn ware sympathieën golden de oudere generatie van Europese realisten, in het bijzonder Flaubert en Toergenjev.

In 1880 publiceerde Emants een essay over Toergenjev waarin zijn eigen filosofie beter beschreven wordt dan die van Toergenjev. In de jeugd, schrijft hij, creëert onze verbeelding een ideaalbeeld van het zelf dat we hopen te worden. Het patroon dat ons leven volgt, wordt echter niet door enig ideaal bepaald maar door onbewuste krachten binnen in ons. Deze krachten dwingen ons tot daden: en in onze daden wordt ons geopenbaard wie wij werkelijk zijn. De overgang van leven in termen van gefantaseerde idealen naar leven in termen van zelfkennis brengt altijd desillusie en pijn met zich mee. Zulke pijn wordt het scherpst wanneer we inzien hoe onoverbrugbaar groot de kloof is tussen het ideale en het werkelijke zelf.

Er wordt in dit essay op twee dingen de nadruk gelegd: de machteloosheid van het individu tegenover onbewuste innerlijke krachten, en de pijnlijke desillusie van het bereiken van de volwassenheid. Bij Willem Termeer, de verteller van Een nagelaten bekentenis, vinden we beide aspecten terug: een hulpeloos drijven in een zee van hartstochten, angsten en afgunst; en een vertwijfeld kronkelen en draaien om te ontsnappen aan het ware zelf dat zijn levensgeschiedenis hem voorspiegelt: onmachtig, laf, lachwekkend.

 
 

 
copyright (c) 2016 Uitgeverij Cossee - www.cossee.com
 
 
 
Naar Cossee.com