Vertaald door: Peter Bergsma
Gebonden | 240 blz. | € 19,90
ISBN 978 90 5936 009 9

Deze titel is in nieuwe midprice editie leverbaar
 
- Titelpagina
- Leesfragment
- Recensies
 

Wachten op de barbaren (2002)

Ik heb nog nooit zoiets gezien: twee glazen schijfjes die in lussen van ijzerdraad voor zijn ogen hangen. Is hij blind? Dat hij zijn blinde ogen wil verbergen, kan ik me voorstellen. Maar hij is niet blind. De schijfjes zijn donker, ze lijken van buitenaf ondoorzichtig, maar hij kan erdoorheen kijken. Hij vertelt me dat het een nieuwe uitvinding is. 'Ze beschermen de ogen tegen de straling van de zon,' zegt hij. 'U zou ze hier in de woestijn goed kunnen gebruiken. Je hoeft je ogen niet de hele tijd toe te knijpen. Je hebt minder last van hoofdpijn. Kijk.' Hij raakt lichtjes zijn ooghoeken aan. 'Geen rimpels.' Hij hangt de glaasjes terug. Het is waar. Hij heeft de huid van een nog jonge man. 'Thuis draagt iedereen ze.'

We zitten in de beste kamer van de herberg, met een flacon en een schaal nootjes tussen ons in. We praten niet over de reden van zijn aanwezigheid hier. Hij is hier op grond van de noodwet, dat is voldoende. In plaats daarvan praten we over de jacht. Hij vertelt me over de laatste grote drijfjacht waaraan hij heeft deelgenomen, waarbij duizenden herten, zwijnen en beren werden gedood, zoveel dat een hele berg kadavers moest blijven liggen en wegrotte ('wat zonde was'). Ik vertel hem over de reusachtige vluchten ganzen en eenden die elk jaar tijdens hun trek op het meer neerstrijken, en over inheemse manieren om ze te vangen. Ik stel hem voor eens een nacht mee uit vissen te gaan in een inheemse boot. 'Dat is een ervaring die u niet mag missen,' zeg ik, 'de vissers hebben brandende fakkels bij zich en laten trommels over het water klinken om de vissen naar de netten te drijven die ze hebben uitgezet.' Hij knikt. Hij vertelt me over een bezoek dat hij elders aan de grens heeft gebracht, waar de mensen bepaalde slangen als een delicatesse beschouwen, en over een reusachtige antilope die hij heeft geschoten.

Hij zoekt zijn weg tussen de onbekende meubels maar neemt de donkere glaasjes niet af. Hij trekt zich vroeg terug. Hij is hier in de herberg ingekwartierd omdat het de beste accommodatie is die het stadje te bieden heeft. Ik heb het personeel ervan doordrongen dat hij een belangrijke bezoeker is. 'Kolonel Joll is van het Derde Bureau,' vertel ik hun. 'Het Derde Bureau is momenteel de belangrijkste afdeling van de Burgerwacht.' Dat maken we in elk geval op uit de roddels die ons lang na dato vanuit de hoofdstad bereiken. De waard knikt, de meisjes buigen het hoofd. 'We moeten een goede indruk op hem maken.'

Ik loop met mijn slaapmatje naar de vestingwallen, waar de nachtbries enige verkoeling brengt. Op de platte daken van het stadje ontwaar ik in het maanlicht de gedaanten van andere slapers. Onder de notenbomen op het plein hoor ik nog gemompelde gesprekken. Een pijp gloeit als een vuurvlieg op in het duister, verflauwt, gloeit opnieuw. De zomer rolt langzaam ten einde. De boomgaarden kreunen onder hun last. Ik heb de hoofdstad niet meer gezien sinds ik een jongeman was.

Ik word voor het ochtendgloren wakker en loop op mijn tenen naar beneden langs de slapende soldaten die woelend en kreunend, dromend van moeders en geliefden, op de traptreden liggen. Vanuit de hemel kijken duizenden sterren op ons neer. We zijn hier waarlijk op het dak van de wereld. Wie 's nachts onder de blote hemel wakker is, begint het te duizelen.

De schildwacht bij de poort zit met zijn benen over elkaar, in diepe slaap, met zijn musket in zijn armen. Het hokje van de poortwachter is gesloten, zijn karretje staat buiten. Ik loop verder.

 
 

 
copyright (c) 2016 Uitgeverij Cossee - www.cossee.com
 
 
 
Naar Cossee.com