Vertaald door: Peter Bergsma
Gebonden | 208 blz. | € 19,95
ISBN 978 90 5936 002 0

Koop of bestel het boek bij
uw plaatselijke boekhandel
of bestel via
onze webshop

 
- Titelpagina
- Leesfragment
- Recensies
 

Portret van een jongeman (2002)

Hij woont op een eenkamerflat bij het station van Mowbray, waarvoor hij elf pond per maand betaalt. Op de laatste werkdag van elke maand neemt hij de trein naar de stad, naar de Loopstraat, waar A. & B. Levy, makelaars in onroerend goed, hun koperen plaat en minuscule kantoortje hebben. Aan Mr B. Levy, de jongste van de gebroeders Levy, overhandigt hij de envelop met de huur. Mr Levy stort het geld op zijn overladen bureau en telt het na. Grommend en zwetend schrijft hij een reçu. 'Voilà, jongeman!' zegt hij dan, en hij overhandigt het met een zwierig gebaar.

Hij zorgt er wel voor dat hij nooit te laat is met de huur omdat hij de flat onder valse voorwendsels bewoont. Toen hij het huurcontract tekende en de borg aan A. & B. Levy betaalde, gaf hij als beroep niet 'student' op maar 'hulpbibliothecaris', met de universiteitsbibliotheek als werkadres.

Het is geen leugen, niet helemaal. Hij is aangesteld om van maandag tot vrijdag in de avonduren de leeszaal te bemannen. Het is werk dat het gewone bibliotheekpersoneel, voor het merendeel vrouwen, liever niet doet, omdat de op de bergflank gelegen campus 's avonds te naargeestig en eenzaam is. Zelfs hij voelt een rilling over zijn rug lopen als hij de achterdeur opent en zich op de tast door een pikdonkere gang naar de hoofdschakelaar begeeft. Voor iemand die kwaad in de zin heeft is het een koud kunstje om zich als het personeel om vijf uur naar huis gaat tussen de boekenrekken te verstoppen, alle lege kantoren te plunderen en in het donker te blijven wachten tot hij hem, de avondassistent, van zijn sleutels kan beroven.

Slechts een enkele student profiteert van de avondopening; slechts een enkeling heeft er zelfs maar weet van. Hij heeft niet veel te doen. De tien shilling per uur die hij krijgt is gemakkelijk verdiend.

Soms stelt hij zich voor dat een mooi meisje in een witte jurk de leeszaal binnen komt lopen en na sluitingstijd afwezig blijft hangen; hij stelt zich voor dat hij haar de geheimen toont van de binderij en de catalogiseerkamer, en daarna de sterrennacht met haar betreedt. Het gebeurt nooit.

In de bibliotheek werken is niet zijn enige baantje. Op woensdagmiddag is hij studiebegeleider voor eerstejaars van de vakgroep wiskunde (drie pond per week); vrijdags loodst hij de kandidaatsstudenten drama door een selectie blijspelen van Shakespeare (twee pond tien); en in de late middaguren stoomt hij in dienst van een bijlesinstituut in Rondebosch uilskuikens klaar voor hun toelatingsexamen voor de universiteit (drie shilling per uur). In de vakanties distilleert hij in opdracht van de gemeente (bureau Huisvesting) statistische gegevens uit bevolkingsonderzoeken. Al met al, als hij zijn verdiensten bij elkaar optelt, zit hij er warmpjes bij - warmpjes genoeg om zijn huur en collegegeld te kunnen betalen en lichaam en ziel bijeen te houden en zelfs een beetje te sparen. Hij mag dan pas negentien zijn, hij staat op eigen benen, is van niemand afhankelijk.

De behoeften des lichaams benadert hij als een zaak van eenvoudig gezond verstand. Elke zondag kookt hij een grote pan soep van mergpijpen en bonen en selderij, waarmee hij de hele week toe kan. Vrijdags gaat hij naar de markt in Zoutrivier voor een doos appels of guaves of waar het op dat moment het seizoen voor is. Elke morgen zet de melkboer een halve liter melk op zijn stoep. Als hij melk te veel heeft hangt hij het in een oude nylonkous boven de gootsteen om er kaas van te maken. Voor de rest koopt hij brood in de winkel op de hoek. Het is een dieet dat de goedkeuring van Rousseau zou wegdragen, of van Plato. Wat kleren betreft, hij heeft een net jasje en een nette broek voor naar college. Verder draagt hij oude kleren af.

Hij bewijst iets: dat ieder mens een eiland is; dat je geen ouders nodig hebt.

Op sommige avonden, als hij in regenjas en korte broek en op sandalen over de Hoofstraat sjokt, zijn haar tegen zijn hoofd geplakt door de regen, en de koplampen van passerende auto's hem verlichten, dringt het tot hem door hoe vreemd hij eruitziet. Niet excentriek (er excentriek uitzien heeft nog iets voornaams), alleen maar vreemd. Hij knarst uit ergernis met zijn tanden en begint sneller te lopen.

Hij is slank en soepel, maar tegelijkertijd kwabbig. Hij zou graag aantrekkelijk willen zijn maar hij weet dat hij het niet is. Hij mist iets wezenlijks, duidelijk omlijnde trekken. Hij heeft nog iets van een baby. Hoe lang duurt het nog voordat hij geen baby meer is? Wat zal hem van het baby-zijn genezen, een man van hem maken?

Wat hem zal genezen, als het er ooit van komt, zal de liefde zijn. Hij mag dan niet in God geloven, hij gelooft wel in de liefde en in de krachten van de liefde. De geliefde, de voorbestemde, zal onmiddellijk door het vreemde en zelfs saaie uiterlijk heen kijken dat hem aankleeft en het vuur zien dat in zijn binnenste woedt. Ondertussen maken zijn saaiheid en zijn vreemde uiterlijk deel uit van een beproeving die hij moet doorstaan om op een dag in het licht te kunnen treden: het licht van de liefde, het licht van de kunst. Want dat hij kunstenaar zal worden, staat allang vast. Als hij voorlopig nog als een nederige en bespottelijke figuur door het leven moet gaan, dan is dat omdat het 't lot van de kunstenaar is gebukt te gaan onder nederigheid en spotternij tot op de dag dat hij in zijn volle kracht wordt geopenbaard en de schimpers en spotters er het zwijgen toe doen.

Zijn sandalen kosten twee shilling sixpence per paar. Ze zijn van rubber en zijn ergens in Afrika gemaakt, misschien wel in Nyasaland. Wanneer ze nat worden heeft de voetzool er geen grip op. In de Kaapse winter regent het weken achtereen. Als hij in de regen over de Hoofstraat loopt, moet hij soms stoppen om een uitgeglipte sandaal weer aan te krijgen. Op zulke momenten kan hij de dikke burgers van Kaapstad zien grinniken terwijl ze in het comfort van hun auto passeren. Lach maar! denkt hij dan. Nog even en ik ben weg.

 
 

 
copyright (c) 2016 Uitgeverij Cossee - www.cossee.com
 
 
 
Naar Cossee.com