Paperback | 158 blz. | € 16,90
ISBN 978 90 5936 288 8

Koop of bestel het boek bij
uw plaatselijke boekhandel
of bestel via
onze webshop

 
- Titelpagina
- Leesfragment
- Recensies
 

J.M. Coetzee, Persoon en personage (2010)

Al zijn boeken zijn tenslotte autobiografisch, zei Max Brod over het werk van zijn vriend Franz Kafka, en Vladimir Nabokov zou daarbij opgemerkt hebben ‘vooral zijn kever-verhaal De gedaanteverwisseling!’.

J.M. Coetzee heeft van zijn dertien romans en twee novellen drie boeken gekenmerkt als ‘autobiografische romans’: Jongensjaren, Portret van een jongeman en Zomertijd. Het is waar: alle drie hebben als hoofdfiguur een zekere John Coetzee, en er zijn opvallende overeenkomsten tussen de biografische feiten van de auteur en zijn personage. In Jongensjaren vertelt de schrijver over het Zuid-Afrika van een halve eeuwgeleden en over de kindertijd van een zekere John Coetzee met alle sensaties en angsten. In Portret van een jongeman struikelt dezelfde John Coetzee door Londen, op zoek naar een muze en een eigen toon voor zijn gedichten. En in Zomertijd ten slotte interviewt een jonge biograafmensen die belangrijk zijn geweest voor de inmiddels overleden auteur Coetzee – een getrouwde minnares, de lievelingsnicht van de schrijver, een Braziliaanse danseres wier dochter Engelse bijles van hem kreeg, vroegere vrienden en collega’s.

De uitkomst van deze interviews is niet wat je a flattering portrait kunt noemen, sommige recensenten noemden dit zelfdemontage, of een gotspe. Toen in 2003 Coetzees boek verscheen over de schrijfster en docente Elizabeth Costello, met haar buitengewoon boeiende inzichten over bijvoorbeeld realisme, de roman in Afrika, de humaniora in Afrika en het probleem van het kwaad, werd de (even oude, beroemde) schrijfster Costello vooral gezien als Coetzees alter ego. Ook zij worstelt met vragen en problemen die in Coetzees romans opvallend aanwezig zijn.

In de roman Dagboek van een slecht jaar werkt de hoofdpersonage, een oudere schrijver, aan een boek met dagboekaantekeningen en ‘uitgesproken meningen’, die gelezen kunnen worden als commentaren, annotaties en toevoegingen op Coetzee-romans zoals met name IJzeren tijd, Wachten op de barbaren of In het hart van het land. Het sluit ook aan bij het door David Attwell verzorgde boek met essays en dialogen met de schrijver, Doubling the Point (1992).

Hoe opvallend op het eerste oog de overeenkomsten van het fictief-autobiografische werk ook zijn met de biografie van Coetzee, en hoezeer de inzichten van Costello ook overeenkomen met de in essays en gesprekken geuite standpunten van de schrijver: de verschillen en de overeenkomsten van persoon en personage Coetzee blijven even groot, nee, verschuiven continu, veranderen bij het herlezen, omdat steeds weer nieuwe horizonten van betekenis zichtbaar worden. Niet voor niets is het werk van Coetzee een grote bron van inspiratie, ook voor kunstenaars van andere genres (theater, film, dans, muziek). Het blijkt een onuitputtelijk oeuvre, het blijft altijd weer uitdagend niet eenduidig. En er blijven de vragen.

Welk imago creëert deze schrijver van wereldfaam met zijn mannelijke en zelfs vrouwelijke alter ego’s? Wat vertellen zij over de schrijver zelf? Welk beeld wil Coetzee oproepen, en welke contouren worden door het autobiografische element juist vertroebeld? Geeft hij zich bloot, stelt hij zich kwetsbaar op, of zijn dit bewuste strategieën om vertellend een ‘ongeleefd leven’ te leven?

Vijf verschillende Coetzee-lezers van naam en faam proberen ter gelegenheid van J.M. Coetzees zeventigste verjaardag op hun eigen manier persoon en personage van de auteur te belichten: fictief, associatief, in dialoog, of logisch deductief argumenterend. Hun inzichten zijn verrassend en – wij zijn bijna geneigd te zeggen: adequaat complex. Omdat alle zwart-wit bevindingen het oeuvre van J.M. Coetzee vooral verduisteren en vernevelen.

De uitgever

 
 

 
copyright (c) 2016 Uitgeverij Cossee - www.cossee.com
 
 
 
Naar Cossee.com